Het land ligt op de Mongoolse hoogvlakte en heeft een landklimaat met toendra's en steppegebieden in het noorden, bergachtig gebied (Altaj) in het midden, en woestijn (Gobi) in het zuiden. Ongeveer een derde van de, merendeels boeddhistische, bevolking leeft in de hoofdstad Ulaanbaatar. De landelijke bevolking leeft overwegend nomadisch in traditionele vilten tenten, yurten, en voorziet in haar levensbehoeften door veeteelt; schapen, paarden en kamelen worden in vrij lopende kuddes gehouden. In het Noorden van het land is enige vorm van industrie in de vorm van houtverwerking en mijnbouw.












