Website
De collectie van het Museum voor Religieuze Kunst, een beschermd nationaal monument, geniet grote internationale faam. Dit is niet op de laatste plaats te danken aan de zeer uitgebreide verzameling middeleeuwse beeldhouwkunst waarin al de grote meesterbeeldhouwers van het Zuiden zijn opgenomen. Vermaard is ook de collectie edelsmeedkunst, die tot de top binnen de Benelux gerekend wordt. Bescheidener is de collectie schilderkunst maar ook hier geldt; klein maar fijn met namen als Jeroen Bosch, Pieter Coecke van Aalst, J.Cornelisz. Van Oostzanen en Hendrik Goltzius. Natuurlijk ontbreken de zwier van de barok en het enthousiasme van de katholieke emancipatie niet in dit museum. Beeldhouwers als Walter Pompe (1703-1777), Petrus Verhoeven (1729-1816) en een edelsmid als Rabanus Raab (1721-1786) geven met hun werk een duidelijk beeld van een vergeten periode binnen de geschiedenis van het Zuiden van Nederland. Deze periode wordt wel aangeduid met termen als generaliteit en schuur-schuilkerkentijd. Hierop volgde de negentiende eeuw met in de tweede helft daarvan de explosie van de neo-gotiek. Deze stijl is dan ook met al zijn pracht en praal rijk vertegenwoordigd. Populair zijn vooral de afdelingen met uitingen van een diep gewortelde religieuze volkscultuur; het prentenkabinet en de afdeling volksdevotie. Hier ontmoet U de pelgrimsvaantjes, de stolpbeelden, de gebedenboeken met zilverbeslag, de santjes en de bidprentjes. Een groot deel van de collectie is opgesteld in de historische omgeving van de abdij.. De collectie moderne religieuze kunst is veelal in de nieuw gebouwde benedenzalen te vinden. Deze zijn geheel ondergronds en vormen als het ware een museum op zich. Hier vinden ook regelmatig wisseltentoonstellingen plaats. Onder andere de jaarlijks terugkerende ikonenexpositie uit de eigen collectie. Een bezoek aan het museum is, zeker in de lente en de zomer, niet volledig zonder een kijkje te nemen in de kruidentuin, de artsenijhof. Hier bloeien en groeien ruim 250 medicinale planten die vroeger in de kruidenapotheek van een klooster niet mochten ontbreken.
|